“Op Prinsjesdag legde het kabinet vier scenario's voor box 3 op tafel, een zoveelste stap in de besluiteloosheid rondom vermogensbelasting. Een dag later pleitte Ursula von der Leyen in Straatsburg, bij haar State of the Union, opnieuw voor een Europese spaar- en investeringsunie. Het lijken twee verschillende zaken. Maar ze hebben toch echt alles met elkaar te maken.

De opbrengst van nietsdoen

Op Europese bankrekeningen staat 10 biljoen euro, een smak spaargeld waarvan volgens Von der Leyen te veel op de spaarrekening blijft staan of naar het buitenland verdwijnt. Waarom? Omdat passiviteit loont. Een huis dat duurder wordt levert rendement op zonder dat de eigenaar iets doet, terwijl spaargeld fiscaal gunstiger wordt behandeld dan veel andere vermogensvormen. Wie werkt of onderneemt, wordt zwaarder belast. Dat is stilzitrendement: de opbrengst van niets doen.

Om dit op te lossen werkt Brussel aan een nieuw pakket maatregelen om de structuur van het financiële systeem te verbeteren en aan belastingvoordeel voor wie belegt. Ik denk niet dat dit gaat werken. Uiteindelijk gaat het erom dat geld terechtkomt bij nieuwe bedrijven, energienetten en andere productieve investeringen, niet vooral bij bestaand vastgoed of Amerikaanse big tech. Dat lukt pas als productief investeren aantrekkelijker wordt. Nu is het tegendeel het geval: kapitaal volgt het rendement na belasting, en dat rendement is scheefgetrokken.

Rem op de toekomstige economie

Er bestaat een woord voor een economie waarin bezit vanzelf loont: rentenierskapitalisme. De Britse econoom Keynes noemde zo iemand ooit de functieloze investeerder en hoopte dat hij zachtjes zou uitsterven. Zijn inkomen komt in Europa in belangrijke mate uit vastgoed dat duurder wordt zonder dat er een steen wordt gelegd. Dat houdt geen stand. Iemand moet die stijgende prijzen betalen, en meestal is dat iemand die werkt.

Die werkende persoon houdt minder over dan iemand die een huis bezit. Wie in de tweede schijf zit, houdt van elke extra 100 euro loon ongeveer 62 euro over. Wie door stijgende huizenprijzen 10.000 euro vermogenswinst boekt, betaalt over die winst niets. In de OECD komt gemiddeld 49 procent van de belastingopbrengst uit inkomen en sociale premies en 5 procent uit eigendom. In Nederland is dat zelfs 55 tegen 3.

Voor de eigen woning wordt slechts 0,35 procent van de WOZ-waarde bij het belastbaar inkomen opgeteld, terwijl de hypotheekrente van het inkomen áf mag. Wie met schuld koopt, krijgt per saldo een subsidie op zijn financiering, terwijl de waardestijging onbelast blijft. Zo remt de machine de bouw van een toekomstige economie twee keer. Werken loont minder. Net als investeren, want stilzitten levert een prima boterham tegen minder risico.

Vermogen groeit, maar beweegt minder

Het probleem groeit, want Europa vergrijst. Oudere huishoudens houden hun bezit vast en maken hun vermogen nauwelijks op. In Nederland bezitten 1,34 miljoen huishoudens van 75-plus samen 491 miljard euro, dat de komende jaren zal worden geërfd. Een oud continent heeft sterkere prikkels nodig om vermogen te laten bewegen. En wanneer dat vermogen wordt overgedragen, moet de samenleving een groter deel terugnemen. Anders wordt bezit steeds meer bepaald door afkomst in plaats van verdienste.

Zo ontstaat een economie waarin vermogen wel groeit, maar steeds minder beweegt. Dat is vaker gebeurd. In middeleeuws Engeland schonken gelovigen grond aan de kerk. Omdat de kerk bij aanname voor eeuwig bestaat, kwam die grond nooit via overlijden of vererving opnieuw in omloop. Daardoor liep de kroon inkomsten mis die bij zulke overdrachten normaal werden geheven. Juristen spraken van mortmain, van het Latijnse mortua manus: de dode hand. In 1279 trad koning Edward I ertegen op.

Het moderne rentenierskapitalisme is een zachtere versie van die dode hand. Niemand verbiedt te verkopen, maar het belastingstelsel beloont blijven zitten. Risico nemen wordt pas aantrekkelijker als bezit vasthouden relatief minder oplevert. Een hervorming van het financiële systeem verandert die verhouding niet. De belasting kan dat wel: een zwaardere heffing op erfenissen, grond en waardestijging van bestaande bezittingen; een lichtere op arbeid en investeringen die werkelijk iets toevoegen.

Zo heel moeilijk is dat niet. Frankrijk belast groot vastgoedvermogen. Nederland kan de eigen woning geleidelijk volwaardiger belasten. Gebruik de opbrengst om de belasting op arbeid en productieve investeringen te verlagen. Dan wordt niet alleen stilzitten duurder, maar bewegen ook aantrekkelijker.

De wortel en de stok

De Brusselse wortel, belastingvoordeel voor wie gaat beleggen, is daarom niet genoeg. Er hoort een stok bij: hogere belastingen op grond, vermogenswinsten en erfenissen. De weerzin daartegen is groot. Logisch ook in een vergrijzend rentenierscontinent, waar in het eurogebied de rijkste 5 procent bijna 43 procent van het vermogen bezit. Hoe geconcentreerder het bezit, hoe krachtiger de lobby.

Die lobby zegt op te komen voor wat mensen aan hun kinderen willen nalaten. Maar zonder zulke belastingen erven die kinderen misschien een groter privévermogen en een kleinere economische toekomst: te weinig woningen, verouderde energienetten, minder nieuwe bedrijven en een samenleving waarin afkomst steeds meer bepaalt welke kansen je krijgt. Ze beschermen de erfenis en verkwanselen wat er te erven valt.

Europa zoekt kapitaal dat iets opbouwt. Belast daarom stilzitten zwaarder en werken, ondernemen en bouwen lichter. Anders erven onze kinderen wel het vermogen, maar niet de toekomst. Dan blijft de hand dood.”

Deze column verscheen voor het eerst in Vrij Nederland, op 24 september.