In slechts drie jaar tijd ontwikkelde C-Biotech meerdere producten, met hennepvezel als basis. Flexibele isolatieplaten voor muren en schuine daken bijvoorbeeld. Maar ook harde isolatiepanelen voor platte daken. Die laatste zijn ook van hennep, maar dan overgroeid met een schimmelnetwerk: mycelium. In het kantoor van de startup vind je zelfs een padelracket van hennepvezel en gerecycled plastic. CEO Frederik Verstraete laat trots een paneel van hennep en huishoudelijk afval zien: Hier word ik echt gelukkig van. Het is superstevig materiaal, het wordt gebruikt voor studentenhuisvesting.”

Een plant die alles kan

Ongeveer acht jaar geleden kwam Verstraete voor het eerst in aanraking met hennep. “Op een avond las ik erover en ben pas om vier uur ’s ochtends gestopt. Ik zag ontzettend veel kansen. We hebben ontzettend veel te danken aan die plant. Waar je nu vooral maïsvelden ziet, stond Europa eeuwenlang vol hennep. Alles werd ervan gemaakt: kleding, visnetten, de zeilen van schepen. Het is een van de sterkste vezels op aarde.”

Jarenlang raakte de plant op de achtergrond door de opkomst van plasticvezels. En omdat bepaalde hennepsoorten werden gebruikt voor marihuana. Dat gaf de hele plant een slechte naam en leidde zelfs tot een verbod. Maar hennep is aan een comeback bezig en lijkt klaar voor een nieuwe rol. Bijvoorbeeld om de forever chemicals PFAS uit vervuilde bodems te halen.

Hennep als bodemsaneerder

Tijdens een overleg met bouwprofessionals hoorde Verstraete dat hennep zware metalen uit de bodem kan halen. Hij vroeg zich af of dat ook zou werken voor PFAS. Dat bleek nog niet onderzocht. Samen met de Universiteit Hasselt startte C-Biotech daarom een eerste proefproject in Zwijndrecht, een bekende PFAS-hotspot in België.

Intussen zijn er meerdere testen uitgevoerd, met veelbelovende resultaten. Ingmar Nopens, managing director van C-Biotech en voormalig professor Milieutechnologie aan de UGent: “Omdat hennep zo snel groeit – tot wel vier meter in enkele maanden – werkt de plant als een zogeheten hyperaccumulator. Ze kan veel vervuiling opnemen. Op een testlocatie zagen we de vervuiling in de grond in vier maanden tijd met twee derde dalen.”

Hoe werkt dat zuiveringsproces? De stengel van de hennepplant is een soort rietje. De plant zuigt water op uit de bodem. Dat water verdampt via het blad, terwijl de PFAS achterblijven in het blad. Tests tonen aan dat de stengels meestal weinig tot geen PFAS bevatten. “Hoe sterker de bodem vervuild is, hoe vaker je hennep moet planten en oogsten om onder de grens van 3 microgram PFAS per kilo droge stof te komen”, zegt Nopens. “Zelfs met drie oogsten per jaar kan bodemsanering zo meerdere jaren duren. Dat maakt het duur.”

Ook voor het prijskaartje zocht C-Biotech een oplossing. Namelijk de toevoeging van een bodemadditief, om het proces te optimaliseren. “We hebben op negen verschillende percelen telkens een ander additief getest,” aldus Nopens. “Elk additief heeft een ander effect: snellere kieming, meer bladmassa, enzovoorts.” Op de meeste percelen lagen de resultaten in lijn met wat al bekend was uit onderzoek. Maar op één perceel gebeurde iets opvallends: daar werden hogere PFAS-concentraties gevonden in het blad, én stoffen die eigenlijk niet in de bodem aanwezig waren.

Hoe kan iets dat niet in de bodem zit, toch in het blad terechtkomen? “Er moest ergens in het proces een omzetting plaatsvinden”, zegt Nopens. “Begin dit jaar vond ik een wetenschappelijk artikel uit de VS. Daarin wordt een afbraakroute beschreven waarbij micro-organismen PFAS-ketens verkorten. Dat kan verklaren wat wij zagen. En het is goed nieuws, want hoe langer de keten, hoe moeilijker PFAS uit de grond zijn te halen.”

Onder de naam Earth+ biedt C-Biotech deze vorm van bodemsanering tegenwoordig als dienst aan.

Wet- en regelgeving

In een ideale wereld zou het verhaal hier eindigen. Vervuilde gronden worden gesaneerd. Mensen eten weer eitjes van hun eigen kippen. En woningen worden veelvuldig geïsoleerd met hennep. Maar de werkelijkheid is anders. Eén van de grootste obstakels is regelgeving. “Die schrijft voor dat vervuiling moet worden verwijderd met de ‘beste beschikbare technologie’,” zegt Nopens. “Als onze resultaten in een wetenschappelijk tijdschrift verschijnen, kan onze technologie daaronder vallen. Maar zodra we publiceren, kunnen we geen patenten meer aanvragen. En zonder patenten is het moeilijk om dit rendabel te maken.”

Daarnaast verschillen bodems sterk van elkaar. Textuur en het gehalte aan organisch materiaal spelen een grote rol, vooral omdat PFAS met lange ketens zich daaraan hechten. Dat soort onderzoek kost veel geld.

Meer hennep, meer productiecapaciteit

Boeren telen momenteel 640 hectare hennep voor C-Biotech. Om de prijs van hennepisolatie te verlagen, is minstens het dubbele nodig. “Dat is nu de grootste drempel,” zegt Verstraete. “Als je hennepisolatie concurrerend wilt maken, moet je opschalen. We geven boeren afnamegarantie, en hennep is ook een ideale wisselteelt. De plant put de bodem niet uit, maar verrijkt die juist. Dat verhoogt het rendement van de volgende teelt met minstens 10 procent.”

Naast meer hennep is ook grotere productiecapaciteit nodig. Daarom nam C-Biotech eind vorig jaar een Duitse producent van hennepisolatiedekens over. “Als je van de bebouwde omgeving een opslagplaats van CO wilt maken, moet je inzetten op prijs, zegt Verstraete. En dat lukt alleen als je de hele keten beheerst.

Lees hier de eerdere afleveringen van Triodos over de grens: