Achter een groot hek in Gorssel gaat een speciale wereld schuil: een woonhuis vol zelfgemaakte meubelen naast een groot weiland waar schapen, kippen en loopeenden rondscharrelen, vergezeld door de witte herder Rover en straathondje Bella. Schuren waar stapels hout liggen te drogen. Een dak vol zonnepanelen, een kas en een opgeruimde werkplaats met een houtkachel, heel veel machines en een muur vol gereedschap.

Het is een wereld waar wordt gewerkt met aandacht, vakmanschap en liefde voor de natuur. Maar vooral met geduld, want bij meubelmaker Maarten Kien moet alles kloppen voordat hij oude bomen een nieuw leven geeft als kast, tafel, bank of vloer.

Wortels in het groen

Maarten groeide op in Brummen aan de IJssel in een ondernemersgezin. “We woonden in het groen en ik was altijd buiten. Dat vond ik heerlijk”, vertelt hij. “Mijn vader verkocht koeltorens, die worden gebruikt om warmte af te voeren uit industriële processen. Zijn bedrijf was circulair, dus je zou hem tegenwoordig een duurzaam ondernemer noemen.” Liefde voor de natuur, duurzaamheid en ondernemerschap kreeg Maarten van huis uit mee. “Maar”, zegt hij glimlachend. “Ik ga echt voor vakmanschap en twijfel soms over het ondernemerschap.”

Maarten koos er ook niet meteen voor om meubelmaker te worden. Hij studeerde bedrijfseconomie in Groningen en ging na zijn studie aan de slag in de grafische wereld. “Mijn eerste baan was bij een bedrijf dat drukpersen verkocht. Ik woonde in Amsterdam, maar daar voelde ik me niet op mijn plek. Toen ik een baan kreeg in het noorden van Nederland, verhuisde ik naar Heino. Daar woonde ik op een landgoed, midden in het groen — dat voelde wel goed. Maar in mijn werk bleef ik zoeken naar betekenis. Bij alles wat ik deed, vroeg ik me steeds af: waar draait het eigenlijk om? Wat voeg ik toe met dit werk?” Op die vragen kon hij niet altijd een goed antwoord geven.

Een omgevallen boom

De ommekeer kwam onverwacht. “Op het landgoed stonden veel bomen en tijdens een storm viel er een om. Ik vroeg of ik de boom mocht hebben. De takken zaagde ik eraf en iemand in Heino hielp me om de stam op te halen. Toen ik dat hout zag liggen, dacht ik: dit is iets moois. Hier wil ik iets mee.”

Hij liet de boom verzagen in planken, en vanaf dat moment liet het hout hem niet meer los. Hij begon met experimenteren. “Ik keek ernaar en dacht: wat kan ik hiermee doen? Hout groeit vanzelf, slaat CO₂ op en is hernieuwbaar. Als je het goed behandelt, blijft het eeuwen bestaan. Dat hout was niet dood — het had alleen een andere vorm gekregen. Ik wist meteen: dit klopt, hiermee kan ik wel iets toevoegen.” En van het hout maakte hij zijn eerste tafel.

De omgevallen boom plantte het zaadje voor een nieuw leven voor Maarten. “Ik vond een baan in Zutphen — vlak bij mijn roots in Brummen — en verhuisde naar Gorssel. Ondanks dat ik blij was om weer terug te zijn op de plek waar ik was opgegroeid, voelde ik nog steeds een zekere leegte. Toen mijn baan na een reorganisatie verdween, hoorde ik mezelf op een avond tegen vrienden zeggen: ik word meubelmaker. Ik had geen enkele ervaring, maar ik zei het met volle overtuiging. Misschien vroeg een van mijn vrienden daarom meteen: kun je dan voor mij balusters maken? (red: zuilen voor een balkon) En ik antwoordde gewoon: ‘Ja’.”

Zijn eerste machine

Maarten: “Ik had geen idee hoe ik balusters moest maken, maar de volgende dag kocht ik voor 450 euro een machine waarmee ik ze kon draaien. Toen ging ik samen met mijn vriend en opdrachtgever aan de slag. De eerste baluster mislukte, maar toen snapte ik wel wat er misging. Daarna ging het eigenlijk steeds beter en sneller. De opdracht lukte en toen de opdrachtgever vroeg wat ik ervoor wilde hebben, zei ik: 450 euro. Daarmee had ik de investering in de machine terugverdiend én heel veel geleerd. Toen ik later het resultaat zag — een balkon met de balusters — was ik best tevreden. Het zag er mooi en strak uit.”

Vanaf dat moment maakte Maarten een steile leercurve door. Zijn onervarenheid vormde geen belemmering. In zijn werkplaats kwamen steeds meer machines, die hij één voor één leerde bedienen. “Een autodidact met een gebrek aan realiteitszin — dat was ik misschien wel een beetje.” Maar hij leerde snel, met vallen en opstaan: machines kopen, leren slijpen, schaven, verlijmen. “Soms lukte iets niet. Dan probeerde ik het net zo lang tot het wel ging.”

Een eigen bos

Maartens bedrijf, Kien met Hout, groeide gestaag. Klanten wisten hem steeds beter te vinden. “Ik wilde uitsluitend met inheems en lokaal hout werken. Toen ik op een dag bij een leverancier kwam en vroeg of zijn hout uit Nederland kwam, antwoordde hij: ‘Als jij dat wil’. Ik stond op, liep weg en wist: ik moet mijn eigen bos hebben. Dan weet ik precies waar elke plank vandaan komt en kan ik de hele keten zelf beheren.”

Vrij toevallig werd Maarten kort daarna gebeld door de weduwe van een vriend, die wist dat hij verstand had van bomen. Zij bezat een bos van zo’n 5.000 vierkante meter, waar onrechtmatig was gekapt, en vroeg hem om advies. Samen gingen ze naar het bos om de ravage te inspecteren. Maarten inventariseerde de schade en hing daar een waarde aan. Na drie jaar procederen werd de weduwe gecompenseerd, en als dank wilde ze hem de gekapte stammen schenken. Maar Maarten had een ander plan. Hij vroeg of hij het bos van haar mocht kopen. Na overleg met haar kinderen besloot ze het aan hem te verkopen — voor 2,50 euro per vierkante meter. “Ik had twee maanden de tijd om het geld bij elkaar te krijgen, dat was wel even spannend. Maar ik nam een paar potentiële klanten mee naar het bosje en zo verkocht ik een aantal meubels, waardoor de financiering lukte. Toen had ik mijn eigen bos”, zegt hij.

Nu komt het meeste hout uit zijn eigen eikenbos in Hummelo. “Wat veel mensen niet weten, is dat een eik zelf vertelt wanneer het tijd is. Als de takken afsterven is het einde van de levenscyclus nabij. Dan vellen we hem en planten meteen een nieuwe. Zo blijft het bos in balans.”

“Ik zaag, droog en verwerk alles zelf, hier in Gorssel. Ik zoek altijd naar manieren om dat zo zuinig mogelijk te doen. Ik probeer al het hout te gebruiken en tegelijkertijd de kwaliteit van het hout te verbeteren. Het is wel een proces dat geduld vraagt. Eerst moet het hout drogen in mijn droogschuur — ongeveer één centimeter per jaar. Soms moet ik dus wel tien jaar wachten, want ik kan het pas gebruiken voor een meubel als het echt droog is.”

Maarten Kien in zijn eigen bos, samen met hond Rover.
Maarten Kien in zijn eigen bos, samen met herdershond Rover.

Opdracht voor Paleis Het Loo

De afgelopen jaren werkte Maarten veel in opdracht van Paleis Het Loo. “Daar stonden zestien eiken die 335 jaar geleden waren geplant bij de bouw van het paleis. De bomen waren aan het einde van hun levenscyclus, en ik kreeg de vraag of ik ze kon verwerken tot nieuwe vloeren voor de balzalen — zo’n vierhonderd vierkante meter, goed voor 26.000 plankjes — en tot tafels, bankjes en boekenkasten. Dat was een eervolle opdracht.”

“Ze kwamen bij mij omdat ze een diepgewortelde behoefte hadden om het hout van die eiken terug te laten keren als meubels in het Paleis, die weer driehonderd jaar mee kunnen. Net zo lang tot de nieuwe eiken aan de laan hun levenscyclus voltooien.  Dat is pas echt circulair.”

Circulaire meubels

Circulariteit gaat bij Maarten niet alleen over de cyclus van de boom, maar over alles wat hij doet. “Een meubel mag meegroeien met je leven”, zegt hij. “Verhuis je, of verandert je gezin? Dan pas je de tafel aan. Of je brengt hem terug en ik maak er iets nieuws van. Zo blijft het hout in beweging.”

Hij ziet circulariteit als een verantwoordelijkheid. “Ik vind dat producenten verantwoordelijk moeten zijn voor wat ze maken. Als iets kapotgaat of niet meer past, moet het terug kunnen. Dat is pas echt circulair. Ik begrijp niet waarom dat nog geen standaard is.”

Hij lacht even: “Bedrijfseconomisch is het misschien minder verstandig, want ik heb laatst honderd tafels opgehaald bij een bedrijf dat vertrok uit Nederland. Die staan nu allemaal bij mij thuis, maar ook daar vind ik wel een oplossing (lees: nieuwe plek) voor, want moreel klopt het wél. Dat vind ik belangrijk. Economie gaat voor mij over keuzes maken die goed zijn.”

Het hout bepaalt de vorm

Wat Maarten maakt, is nooit druk of overdadig. De schoonheid wordt bepaald door wat er al is: de lijn van het hout, de nerf, de scheve tak. Hij ontwerpt ook niet op de computer. “Ik ontwerp met mijn handen. Een tafelblad groeit onder mijn vingers. Een poot die acht of tien graden helt — dat voelt goed. Dat hoef ik niet te berekenen, dat weet ik.” Soms gebruikt hij andere materialen om zijn meubels compleet te maken. “Ik heb tafels gemaakt met poten van oude drijfstangen uit scheepsmotoren. Zo’n onderdeel heeft zijn eigen geschiedenis. Als je dat combineert met hout, ontstaat iets nieuws dat beide werelden verbindt. Daar word ik blij van.”