1. Kijk eens kritisch naar de planten in je tuin

Hoe gek het ook klinkt, droogte in je tuin bestrijden begint niet per se bij water. “Breng eerst de planten in je tuin eens goed in kaart. Welke planten hebben eigenlijk het meeste last van de droogte en wat kan je daaraan doen? Door daarmee aan de slag te gaan, verminder je de waterbehoefte van jouw tuin”, zegt Anniek. “Hortensia’s trekken droog en warm weer bijvoorbeeld heel slecht en slurpen eindeloos water. Je kan overwegen om die te vervangen door planten die veel beter tegen warm en droog weer kunnen. Denk bijvoorbeeld aan lavendel en de vlinderstruik of inheemse planten zoals wilde marjolein, kleine pimpernel en engels gras.

“Wil je de Hortensia toch graag houden? Verplaats hem dan naar een minder zonnige plek”, vervolgt ze. “Daar houdt hij het met minder water langer vol.”

Anniek Veltman, De Groene Tuincoach
Anniek Veltman, De Groene Tuincoach.

2. Zet je tuin vol met planten

Je zou zeggen: hoe meer planten, hoe meer water je moet geven. De waarheid is net even anders, zegt Anniek. “Planten nemen inderdaad water uit de grond op en verdampen dat. Maar als je de grond bedekt met veel planten, dan blijft de grond eronder juist vochtiger. Dat is belangrijk want als de bodem vooral open en bloot ligt, gaat de kwaliteit ervan achteruit en droogt in het ergste geval zelfs uit. Dan verdwijnt het bodemleven ook, dat juist zorgt voor goede omstandigheden voor je planten.”

“De bodem bedekken kan overigens ook met een mulchlaag”, vervolgt ze. “Ik gebruik daar zelf miscanthus-snippers voor, ook wel olifantsgras genoemd. Die verspreid je over de grond en zo voorkom je dat er vocht verdampt. Maar de plantenresten die je overhoudt na het snoeien, kun je bijvoorbeeld ook gebruiken.”

3. Voed en verbeter de bodem

Hoe gezonder de bodem, hoe beter die water vasthoudt. “Een gezonde bodem is net een spons. Bij regenval zuigt die zich vol. Bij droogte geeft die het water langzaam weer af”, zegt Anniek. “Als je bodem gezond en vitaal is, hoef je je tuin veel minder vaak water te geven.”

De vraag is natuurlijk: hoe zorg je voor een gezonde bodem? Eén of twee keer per jaar een laagje compost toevoegen maakt al een wereld van verschil, stelt Anniek: “Compost kan je kant-en-klaar in de winkel kopen, zorg er dan wel voor dat het biologisch is. Maar je kan de bodem ook bedekken met snoeiafval. Dat verteert dan langzaam en voedt de bodem.”

Compost toevoegen doe je bijvoorbeeld bij de start van het voorjaar, als je de dode plantenresten opruimt. Of in het najaar, als je hebt gesnoeid: “Gesnoeide planten, struiken en bomen kunnen een compostlaagje dan goed gebruiken.

4. Vang regenwater op

Met bovenstaande tips zorg je ervoor dat je tuin minder water nodig heeft. Toch kom je er niet onderuit om af en toe water te geven. De meest duurzame optie is dan om regenwater te gebruiken. Schaf bijvoorbeeld een regenton aan. “Die mag best groot zijn”, zegt Anniek. “Na een reeks heftige regenbuien zit een ton van 200 liter meestal snel vol. En in tijden van droogte heb je 200 liter ook zo weer gebruikt.”

Als je het groter wilt aanpakken, kan je ook een wadi of vijver overwegen. Een wadi, wat staat voor 'water afvoer drainage en infiltratie', is een lagergelegen stukje grond dat regenwater tijdelijk opvangt en laat infiltreren in de bodem. Houd bij de aanleg van een wadi ten minste 2 meter afstand van gevels, zodat het water niet in je gevel of kruipruimte terecht komt.

“Bijkomend voordeel van een wadi of vijver: het is echt een ander stukje tuin, met andere planten, die ook andere diertjes en insecten aantrekt”, aldus Anniek. “Je vergroot dus ook de biodiversiteit in je tuin.

5. Geef slim water

Heb je geen ruimte voor een regenton, wadi of vijver? Gebruik kraanwater dan slim. “Zet bijvoorbeeld een emmertje in de douche. Het duurt even voordat een douche warm is. Het koude water kun je opvangen en gebruiken voor de tuin”, zegt Anniek. “Ook het water dat je gebruikt om groente of eieren te koken, kan je laten afkoelen en voor de tuin gebruiken. En plonsen de kinderen af en toe in een opblaasbaar zwembadje of teiltje? Gebruik dat water dan ook voor je planten.”

“Verder: één keer per week water geven, is vaak voldoende”, zegt Anniek. “Liever één keer per week goed, dan elke dag een beetje. Daar worden de planten sterker van. Als planten niet elke dag water krijgen, moeten ze namelijk dieper wortelen. Water geven doe je het liefste vroeg in de ochtend of laat in de avond. Dan verdampt er het minste. Bezoeken slakken jouw tuin graag? Geef dan ’s ochtends vroeg water. Slakken zijn nachtdieren en die houden enorm van natte tuinen.”