Biologische landbouw heeft allerlei voordelen. Denk aan minder CO-uitstoot, een rijker bodemleven en meer dierenwelzijn en biodiversiteit. En hoewel onomstotelijk bewijs moeilijk te leveren is, wijzen verschillende onderzoeken op mogelijke voordelen voor onze eigen gezondheid. Als biologisch zoveel voordelen heeft, waarom vullen we onze winkelmandjes dan nog niet massaal met biologische boodschappen?

Het aandeel biologisch is klein

Uit de BioMarktMeter 2025, een onderzoek van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, blijkt dat 45,2 procent van de ondervraagden in de supermarkt af en toe biologisch koopt, maar niet regelmatig. Dat lijkt veel, maar volgens cijfers van het CBS gaven consumenten in het eerste halfjaar van 2025 820 miljoen euro uit aan producten met een biologisch keurmerk. Dat is slechts 3,5 procent van de totale bestedingen aan voedsel in de supermarkt.

Foto van Charlotte Linnebank, directeur van Questionmark.
Charlotte Linnebank, directeur van Questionmark.

Dat dit percentage zo laag ligt, heeft volgens Charlotte Linnebank deels te maken met het aanbod. Linnebank is directeur van Questionmark, een non-profitorganisatie die zich inzet voor een gezonder, duurzamer en eerlijker voedselsysteem. Om het jaar publiceren zij Superlijst Groen: een onderzoek naar de mate waarin de acht grootste Nederlandse supermarktketens klanten helpen bij het maken van duurzame keuzes.

Linnebank: “Hoewel het biologische aanbod in de meeste supermarkten groeit, is het nog steeds relatief beperkt. Het gaat slechts om enkele procenten van de totale omzet en het assortiment.” Ook de (on)zichtbaarheid speelt volgens haar een belangrijke rol. “Als er een paar biologische producten ergens in een hoekje staan, voelt het voor de consument niet als een vanzelfsprekende keuze.”

In de Superlijst Groen 2025 (biologische supermarkten worden hierin niet meegenomen omdat zij niet binnen de acht grootste supermarktketens vallen) scoort Lidl het beste op duurzaamheid in het algemeen. Albert Heijn heeft het grootste bio-assortiment.

De echte prijs

Volgens de BioMarktMeter is de prijs voor consumenten de belangrijkste reden om niet voor biologisch te kiezen. Linnebank legt uit waarom biologische producten doorgaans duurder zijn: “Biologische producenten werken met strenge eisen voor dierenwelzijn, milieu en biodiversiteit. Doordat er geen gebruik wordt gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, liggen de opbrengsten per hectare vaak lager.” Over de langere termijn worden de prijsverschillen wel langzaam kleiner, zegt Linnebank. “Mede door schaalvergroting en de opkomst van huismerk-biologisch.”

Onderzoek van de Consumentenbond bevestigt dat. Het prijsverschil tussen biologische en niet-biologische levensmiddelen daalde tussen 2019 en 2024 van 63 naar 48 procent. Ook staan er steeds meer biologische producten in de schappen die evenveel kosten als de reguliere variant. Toch is het prijsverschil ook deels perceptie: uit de BioMarktMeter  blijkt namelijk dat consumenten de prijs van biologische producten vaak hoger inschatten dan deze in werkelijkheid is.

Grote prijsverschillen per supermarkt

Waar je koopt en wat je koopt, maakt veel uit voor de prijs. Door je boodschappenlijstje iets aan te passen, kun je volgens Linnebank een hoop geld besparen. “Bij sommige productgroepen – zoals seizoensgroenten of peulvruchten – is het prijsverschil klein of zelfs afwezig.”

Bij deze vijf producten is het prijsverschil tussen biologisch en niet-biologisch klein:

  • Zuivel
  • Seizoensproducten
  • Peulvruchten
  • Pasta
  • Eieren

Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om juist de meest bespoten producten voortaan biologisch te kopen. Dit zijn de meest bespoten groente en fruit volgens onderzoek van PAN Nederland:

  • Citrusvruchten
  • Aardbeien
  • Druiven
  • Peren
  • Kersen
  • Paprika
  • Spinazie
  • Paksoi
  • Tomaten
  • Sperziebonen

Nog een extra tip: In veel supermarkten zijn de voorgekookte bietjes, pompoen en gember tegenwoordig standaard biologisch. Door vaker bietjes of pompoen te eten, eet je dus automatisch meer biologisch.

De prijsverschillen tussen biologisch en niet-biologisch worden kleiner, maar de prijsverschillen tussen supermarkten zijn groot. Kijk daarom ook eens hoe jouw supermarkt scoort ten opzichte van andere supermarkten. In een biologische supermarkt is het bio-assortiment het grootst, maar zijn de producten vaak duurder. Zo waren biologische producten bij Lidl 18 procent goedkoper dan het gemiddelde en bij Odin juist 32 procent duurder (Consumentenbond, 2024).

Klein beginnen

Nog een tip van Linnebank: “Steeds meer supermarkten hebben een biologisch huismerk.” Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat biologische huismerken vaa zelfs goedkoper zijn dan niet-biologische A-merken.

En tot slot misschien wel haar belangrijkste tip: maak de overstap naar biologisch stap voor stap. “Je hoeft niet in één keer alles om te gooien. Begin met producten die biologisch goed beschikbaar zijn en laat je niet ontmoedigen door het idee dat alles meteen 100 procent biologisch moet zijn. Elke verschuiving telt – en supermarkten reageren op koopgedrag.”

Direct van de boer

Foto van Olga Sprangers, oprichter van Farms Around
Olga Sprangers, oprichter van Farms Around.

Wie betaalbaar biologisch wil eten, hoeft zich trouwens niet per se tot de supermarkt te beperken. Met haar platform Farms Around brengt Olga Sprangers boerderijwinkels door heel Europa in beeld. Het platform ontstond vanuit haar liefde voor lokaal eten en met haar gids hoopt ze meer mensen naar de boerderij te trekken. Rechtstreeks bij de boer kopen is niet alleen leuk, maar kan ook voordeliger zijn. Elke schakel in de keten zorgt voor extra kosten. In sommige gevallen betekent een kortere keten daarom een goedkoper product.

Sprangers: “De prijs hangt erg af van het product, type locatie (een bemande winkel of een selfservice automaat) en soms ook van de regio, maar eieren en groenten direct van de boer zijn meestal goedkoper dan in de supermarkt.” En mooi meegenomen: “Deze producten hebben vaak een kleinere ecologische voetafdruk, omdat ze niet vervoerd hoeven te worden en meestal zonder verpakking worden verkocht.

Tijdens het oogstseizoen is Sprangers vaak te vinden op de boerderij. Er zijn dan volop groente en fruit beschikbaar. Maar ze gaat ook gewoon naar de supermarkt. “Doordeweeks heb ik niet altijd tijd om naar een boerderijwinkel te gaan, en niet alles is daar te koop. In de supermarkt probeer ik zoveel mogelijk biologisch te kopen.” Voor wie vooral in de supermarkt komt, heeft Sprangers nog een handige tip: “Sommige supermarkten hebben een kaart waarmee je korting krijgt op biologische producten.”

Zelf oogsten

Wie het niet erg vindt om iets meer moeite te doen voor boodschappen en op de kosten wil letten, kan zich ook aansluiten bij een CSA (Community Supported Agriculture), tipt Sprangers. Bij een CSA verbinden burgers zich voor langere tijd aan een boer. Zo weet jij waar je eten vandaan komt en heeft de boer meer inkomenszekerheid. CSA’s bestaan er in allerlei vormen: soms kun je wekelijks een krat met producten ophalen, soms mag je zelf oogsten. Betalen gaat vaak via een abonnement, gebaseerd op het aantal gezinsleden of met een vast bedrag per oogstseizoen. Hier vind je een overzicht van CSA’s in Nederland.

Ook zijn er op veel plekken voedselcollectieven actief, waarbij leden gezamenlijk inkopen bij verschillende boeren uit de omgeving. In Utrecht kun je bijvoorbeeld terecht bij VOKO Utrecht.

Bij initiatieven als CSA’s en voedselcollectieven ligt de prijs vaak lager dan in de supermarkt, omdat de keten korter is. Het duurt nog even, maar Sprangers kan niet wachten tot het weer zomer is. “Dan zijn de pluktuinen weer open. Hier kun je in de zomer zelf zacht fruit of appels oogsten. Superleuk om te doen en vaak ook voordelig!”

De aanhouder wint

Door vaker voor biologisch te kiezen, geef je een belangrijk signaal af. Wat Linnebank betreft stellen we zo vaak mogelijk de vraag of producten biologisch zijn – en zo niet, of er meer biologisch in het assortiment kan komen. Vraag het aan de supermarktmanager, de eigenaar van je favoriete koffietentje, de marktkoopman of in de kantine op je werk. “Hoe vaker we dat doen, hoe duidelijker het wordt dat er vraag is. En dát is uiteindelijk wat aanbod en beleid in beweging zet.