Onderaan mails van medewerkers van frisdrankproducent Roze Bunker prijkt de functietitel ‘commercieel activist’. Bij Roze Bunker geloven ze namelijk dat activisme voor een betere wereld hand in hand kan gaan met gezonde commercie. Met prikkelende namen als ‘Wilde IJsthee’, ‘Citrus Movement’ en ‘Kill Kola’ strijden ze tegen voedselverspilling, monocultuur en vervuiling.

Lynn Holsheimer, commercieel manager bij Fruitslagers.
Lynn Holsheimer, commercieel manager bij Fruitslagers.

Elke soort siroop tackelt een ander probleem in de voedselketen. Zo wordt de ‘Gekke Bessen’-siroop gemaakt van Nederlandse bessen die anders zouden worden afgekeurd vanwege hun uiterlijk. En de eerdergenoemde ‘Citrus Movement’ behandelt de citroen zoals een slager dat zou doen: door elk deel te benutten en niets weg te gooien.

Roze Bunker is onderdeel van het overkoepelende Fruitslagers, met een citroen als symbool voor biodiverse, circulaire en regeneratieve voedselproductie. Maar wat houdt dat precies in, en hoe pakken ze dat aan? We spraken met Lynn Holsheimer, commercieel manager bij Fruitslagers.

Jullie streven naar biodiverse, circulaire en regeneratieve voedselproductie. Kun je uitleggen hoe dat eruitziet?

“We werken vanuit het principe: ‘jij drinkt, wij lossen op’. We dragen bij aan de biodiversiteit door zoveel mogelijk lokaal fruit en lokale kruiden en planten te gebruiken. Een deel van onze siropen is bijvoorbeeld gemaakt van wilde en streekeigen ingrediënten, zoals hoogstam peren, bessen en rabarber.

Ook maken we zoveel mogelijk gebruik van reststromen: overgebleven fruit en kruiden, die anders zouden worden weggegooid, verwerken wij in onze siropen. Zo vermindert de druk op het voedselsysteem en gaan we verspilling tegen.

Verder zetten we in op regeneratieve teelt: we werken samen met boeren en voedselbossen om ingrediënten te verbouwen die de bodem verbeteren en de biodiversiteit vergroten, zoals vlierbloesem, sierkwee en duindoorn. En omdat we siropen voor frisdrank maken in glazen flessen zonder daar water aan toe te voegen, scheelt dat in transportvolume, CO2-uitstoot en het gebruik van plastic."

Commercieel activisme is een term die jullie graag gebruiken, wat betekent dat precies?

“Roze Bunker is inderdaad een commercieel activistisch bedrijf. Dat betekent dat we kijken hoe we een ecologisch alternatief kunnen maken voor bestaande producten. Met onze siropen proberen we opnieuw uit te vinden hoe een voedselsysteem eruit zou kunnen zien. 

Daarnaast zijn we een bedrijf dat zo veel mogelijk autonoom is. We willen niet worden opgeslokt door grote spelers in de frisdrankindustrie, maar varen onze eigen koers. Daar heb je het commerciële deel voor nodig. Als wij een product maken, staat de ecologische waarde voorop. Maar het moet ook een gezond commercieel product zijn dat lekker is en goed verkoopt. Alleen zo kunnen we blijven doen wat we doen.

We proberen die term ‘commercieel activist’ uit te dragen om mensen ervan bewust te maken dat je ook commercieel op de barricades kunt staan.”

Hoe is Roze Bunker ontstaan en waar komt de naam vandaan?

“Tien jaar geleden werden we voor de Dutch Design Week gevraagd om innovatief bier te brouwen. Maar we vonden dat er eigenlijk al genoeg bier op de markt was en zagen niet hoe we daar nog iets konden toevoegen. Toen kwamen we erachter dat frisdrank een productcategorie is waar wél veel te winnen valt. De meeste frisdrank bestaat voor 90 procent uit water, en dat moet allemaal worden verpakt en vervoerd. Zonde, vonden wij. Als je siroop maakt, is het volume acht keer zo klein en in Nederland is het kraanwater van hele goede kwaliteit. Zo ontstond het idee voor Roze Bunker.

Met een bakfiets begonnen we als een soort dumpster divers overgebleven fruit en kruiden bij groothandels op te halen. En zo kwamen de eerste smaken tot stand. In de badkuip van het ouderlijk huis van Emile - een van onze oprichters - werd het fruit gewassen en vervolgens beneden in een grote pan gekookt.

Dat huis was roze, en op een dag kwam er een buurmeisje binnen lopen dat zei: ‘Jullie maken drankjes in de roze bunker.’ Daar komt onze naam dus vandaan. Je moet ‘m altijd uitleggen, maar omdat het een gekke naam is, blijft het goed hangen.

Op de website vertellen jullie hoe elke siroop een ander probleem in de voedselketen bestrijdt. Hoe zit dat precies?

“Een mooi seizoensvoorbeeld is onze siroop ‘Dorstige Tulp’. Daar gebruiken we gekopt tulpenblad voor. Als je tulpenbollen kweekt, snijd je de bloem er snel af zodat de energie naar de bol gaat. Als je geen pesticiden gebruikt, is dat tulpenblad heel interessant: voor voedsel of drankproductie, maar ook als kleurstof voor cosmetica bijvoorbeeld. Maar omdat gif in de bloementeelt zo normaal is geworden, is dat bijna nooit mogelijk.

Onze ‘Dorstige Tulp’ wordt gemaakt van de reststroom van een biologische bollenkweker: het tulpenblad. Wij waarderen die bladeren op in een siroop met aardbei, laurier en rode peper. En op de fles vertellen we: dit is hoe de bollenindustrie eruitziet, wij denken dat het beter kan.

Een ander voorbeeld is onze ‘Nederlandse Vanillesiroop’. We vroegen ons af: wat als vanille niet uit Madagascar zou komen, maar gewoon in Nederland wordt geteeld? Dan heb je een veel kortere keten en vermijd je vervuiling door transport. Daarom werken wij nu samen met een vanilleteler in Westland.

Er is veel winst te behalen voor het milieu als je een lokaal alternatief biedt voor producten die veel worden geconsumeerd, maar van heel ver komen. Een ander voorbeeld daarvan is matcha: we zijn momenteel bezig met een Nederlandse versie die we maken van gedroogde bladeren. Weinig mensen staan erbij stil dat matcha helemaal uit Japan komt. Als je een lokaal alternatief maakt, dan verklein je de voetafdruk drastisch. Dat is precies hoe wij graag werken.”

Jullie zijn flink gegroeid in de afgelopen tien jaar, hoe ging dat?

“Van de badkuipsituatie tien jaar geleden verhuisden we eerst naar de kelder van een studentenhuis in Utrecht, en vervolgens naar een gerenoveerde boerderij met een professionele keuken in Culemborg. Inmiddels zijn we ook naar de overkant van de weg verhuisd waar we drie grote ketels en een automatische vullijn hebben; een soort fabriekje.

Ik denk dat je ons gerust een scale-up kunt noemen, de veranderingen gaan snel en onze efficiëntie neemt rap toe. De afgelopen jaren zijn we steeds met 40 procent gegroeid. Dat biedt voordelen. Het is bijvoorbeeld fijn om de infrastructuur te hebben om seizoensingrediënten van lokale telers snel te kunnen verwerken.

We omringen ons graag met voedselproducenten met een vergelijkbare visie en stellen ons voedselstation - de ruimte waar we produceren - open voor andere makers. Met een abonnement of strippenkaart delen we zo onze kennis en apparatuur. Ook de afzetmarkt wordt steeds groter. Niet alleen in bewuste horeca, maar ook in grote zaken. Eerst hadden we veel overtuigingskracht nodig om onze siroop als frisdrank te laten serveren, maar inmiddels landt het steeds beter. Ieder product heeft een eigen gedachte en verhaal, dat wordt gewaardeerd.”

Wat zijn de plannen en dromen voor de komende tien jaar?

“Met Roze Bunker hebben we het idee van ‘drink je landschap’ goed op de kaart gezet. Ik denk dat het mooi zou zijn als we dat over vijf tot tien jaar hebben uitgebreid met ‘eet je landschap’. Een heel fruitslagersmenu bestaande uit lokale alternatieven voor dingen als   olijven en matcha waar je je op kunt abonneren. Daarnaast hoop ik dat we nog even autonoom blijven als we nu zijn, met een eigen stuk land onder onze voeten waar we onze eigen teelten kunnen verbouwen.”